|
|
With |
on the road to recovery |
Een zwachtel
aanleggen
Kies een zwachtel van de juiste breedte
voor een vinger: 2,5 cm
voor een hand: 5 tot 7 cm
voor een arm: 7 tot 10 cm
voor een been: 10 tot 15 cm
Een juiste vertrekhouding
Laat het slachtoffer in een gemakkelijke houding zitten of liggen.
Blijf het slachtoffer observeren: flauwte is mogelijk als reactie op
de pijn.
Ga bij het aanleggen van de zwachtel voor het slachtoffer staan.
Hou de zwachtel zoals aangegeven op de tekening, met de rol naar
boven gekeerd: op die manier kan je de zwachtel vlot rond het
lidmaat winden.

De richting waarin je de slagen rond het lidmaat draait, speelt geen
rol. Doorgaans is de richting die aangegeven is op de tekening het
gemakkelijkst voor rechtshandigen. De omgekeerde draairichting
is gemakkelijker voor linkshandigen.
Je kan een zwachtel fixeren met verbandhaakjes, kleefpleister of een
veiligheidsspeld. Bij gebrek hieraan kan je ook het uiteinde
onder een vorige winding steken.
De strakheid van een zwachtel controleren
Ga na of je de zwachtel niet te los of te strak hebt aangelegd.
Een losse zwachtel verliest zijn functie, een te strakke zwachtel
belemmert de doorbloeding. . Voel met je vinger tussen de zwachtel.
.
De volgende verschijnselen wijzen erop dat
de zwachtel te strak is aangelegd:
Handen of voeten zwellen en verkleuren.
De pijn wordt erger.
Tintelingen of ongevoeligheid aan handen of voeten.
Het slachtoffer kan handen of voeten niet zo goed meer bewegen.
Elastische zwachtel
Een elastische zwachtel gebruik
je als je druk wil uitoefenen bij het stelpen van een bloeding, het
afdekken van een wonde of om
een letsel te ondersteunen. Bij correcte toepassing geeft deze
zwachtel een gelijkmatige druk over het lidmaat. Ook om
zwellingen tegen te gaan kan je een elastische zwachtel gebruiken.
Achteraf neemt deze zijn oorspronkelijke lengte terug in. Hij
kan hergebruikt worden, maar niet onbeperkt. Nooit een
steunverband gebruiken dat te strak is.

Aanleggen van een voetverband
Aanleggen van een polsverband
|