Basis
 

e beginnen onze training met twee essentiële bewegingen.  Deze basisbewegingen zijn belangrijk omdat daarvoor essentiële vaardigheden met betrekking tot de beheersing van de wervelkolom opnieuw worden aangeleerd, waar ze vaak al vergeten zijn. 

ls je buikspieroefeningen doet voordat je deze vaardigheden onder de knie hebt, dan zal je de beweging zo matig beheersen dat er letsel kan ontstaan.  Dat letsel mag dan niet onmiddellijk zicht- of voelbaar zijn, maar bouwt zich op over de tijd.  Wanneer je het merkt, is de schade daar.  De tijd die wordt besteed aan de basisoefeningen is daarom een gezonde investering voor de toekomst.

mdat de basisoefeningen praktische vaardigheden zijn, moeten ze regelmatig over de dag verdeeld worden gedaan en niet alleen maar tijdens de training.

 

Bekken kantelen


e bekkenkanteling bepaalt de plaats van de lendenwervels.  Door het bekken naar voren te kantelen, wordt de holte onderaan de rug vergroot, bij het achterwaarts kantelen wordt de rug afgevlakt en wordt de kromming in de lendenwervels verkleind. 

at het kantelen van het bekken zo belangrijk is, komt omdat het leert de lendenwervels tijdens een oefening te beheersen.  Een onjuiste bekkenkanteling tijdens een oefening kan leiden tot buitensporige beweging in de lendenwervels. 

e moeten dit kunnen onderkennen als het zich voordoet, doordat we voelen dat het gebeurt kunnen we het corrigeren voordat het letsel veroorzaakt.  Omdat een nauwkeurige beheersing van deze oefening zo belangrijk is, wordt de beweging vanuit twee verschillende beginposities geoefend, liggend en staand.

Eerste basisoefening : Bekken kantelen, liggend